0172 530047 info@b-l.nl

Onze publicaties

Gericht op vragen uit onze adviespraktijk

Vakliteratuur

Met regelmaat publiceren wij artikelen in vakbladen, zoals in het tijdschrift relatierecht en praktijk en het tijdschrift voor scheidingsrecht. In de artikelen behandelen wij vragen waarmee wij in onze adviespraktijk regelmatig mee geconfronteerd worden.

“ Interessant om te lezen „

Hieronder kunt u de pdf-bestanden van onze artikelen lezen. Heeft u hierna nog vragen of wilt u naar aanleiding van een van de artikelen de discussie met ons aangaan, neem dan contact met ons op.

Wetsvoorstel herziening kinderalimentatie en onder­nemers: wie wordt het kind van de rekening?

gepubliceerd in REP, oktober 2015 Met het wetsvoorstel herziening kinderalimentatie wordt door de initiatiefnemers gepoogd om wettelijk in detail te regelen hoe de behoefte aan en draagkracht voor kinderalimentatie kan worden berekend met als belangrijk argument dat de berekening eenvoudiger en begrijpelijker moet worden. Of dit doel met het huidige voorstel wordt gerealiseerd, is echter de vraag. De vFas heeft zich hierover elders in deze uitgave van REP in een reactie op het wetsvoorstel reeds uitgebreid uitgelaten. In deze reactie gaat de vFas ook kort in op de gevolgen die het nieuwe wetsvoorstel heeft ingeval een van beide partners ondernemer is. Wanneer het wetsvoorstel ongewijzigd zou worden aangenomen, voorzie ik juist daar de grootste complicaties.

Waardebepaling onder­nemingen bij echtscheiding: waarde of prijs?

gepubliceerd in REP, oktober 2014 In de afgelopen jaren zijn er diverse artikelen geschreven om juristen die bij echtscheidingen van ondernemers zijn betrokken meer inzicht te geven in de wijze waarop de waarde van een onderneming kan worden bepaald. Meestal wordt in deze artikelen uiteengezet welke waarderingsmethoden er zijn en wat de voor­ en nadelen van deze methodes zijn. Over de vraag die aan het bepalen van de waarde voorafgaat, is echter veel minder vaak geschreven en dat betreft de vraag op welke uitgangspunten de waardebepaling dient te zijn gebaseerd.

De rekening-courantschuld van de DGA in echtscheiding

gepubliceerd in REP, maart 2013 Bij vrijwel alle echtscheidingen waarbij een van de echtelieden directeur-grootaandeelhouder (dga) is, is er sprake van een rekening-courantschuld van de dga aan zijn eigen besloten vennootschap (bv). Deze rekening- courantschuld speelt een rol bij de bepaling van de behoefte, de draagkracht en het vermogen van partijen en leidt in de praktijk tot veel discussie, mede vanwege misverstanden en onvoldoende kennis over wat een rekening-courantschuld nu feitelijk inhoudt en welke consequenties hier bij de nanciële afwikkeling van een echtscheiding aan dienen te worden verbonden. In dit artikel zal ik een uiteenzetting geven van het ontstaan van rekening-courantschulden en hoe hiermee om te gaan bij het maken van nanciële afspraken omtrent alimentatie en de verdeling/verrekening van het vermogen.

Draagkracht van ondernemers in crisistijd

gepubliceerd in REP, april 2010 Het bepalen van het inkomen dat als uitgangspunt wordt gehanteerd voor de beoordeling van de draagkracht van ondernemers blijft in de praktijk een lastige zaak die tot veel discussies binnen en buiten rechtbanken en gerechtshoven leidt. een belangrijke oorzaak hiervan is dat er naar onze ervaring nog te weinig in uitgangspunten en te veel in standaardformules wordt gedacht. hetzelfde zie je op dit moment bijvoorbeeld ook terug in de discussie omtrent de bepaling van de behoefte, waar de 60%-formule (voorheen ook wel de hof-formule genaamd) inmiddels gemeengoed is geworden, ondanks dat in het tremarapport uitdrukkelijk is vermeld dat de bepaling van de behoefte maatwerk is. Dit deed een collega onlangs de wijze uitspraak ontlokken dat “waar het rekenen begint het denken eindigt”. in dit artikel willen wij u vanuit onze rol als nancieel adviseur inzicht geven in de uitgangspunten voor het bepalen van de draagkracht van ondernemers. De specifieke kenmerken en gevolgen van de huidige economische crisis deden ons bese en dat het herijken van deze uitgangspunten voor de praktijk noodzakelijk is.

Belastinglatenties: nominaal of contant maken?

gepubliceerd in tijdschrift voor scheidingsrecht, april 2009 In onze adviespraktijk worden wij met regelmaat geconfronteerd met de vraag welk belastingpercentage dient te worden gebruikt wanneer de waarde of de niet uitgekeerde winst van een besloten vennootschap bij echtscheiding in een vermogensverdeling of -verrekening dient te worden betrokken. Deze steeds terugkerende discussie doet vermoeden dat de wijze waarop deze latente belastingverplichting dient te worden bepaald steeds een casusspecifiek vraagstuk is. Een logisch gevolg hiervan is dat advocaten en adviseurs hieromtrent standpunten innemen die in het belang zijn van hun cliënten. Met dit artikel hopen wij dat deze discussie vanaf nu niet langer gevoerd hoeft te worden.

Vissersbedrijf: Het Amsterdams verrekenbeding en de waardering van ondernemingen

gepubliceerd in EB, september 2001 In het EchtscheidingBulletin van april 2001 gaat mr. C.A. Kraan uitgebreid in op twee belangrijke recente uitspraken van de Hoge Raad – HR 2 maart 2001, Rvd W 2001, 63 (Slot/Ceelen) en HR 2 maart 2001, RvdW 2000, 60 (Vissersbedrijf). De interpretatie van het Amsterdams verrekenbeding in combinatie met een door één van beide echtgenoten gedreven onderneming staat in deze beschikkingen centraal. In beide zaken is de juridische kernvraag wat er ten aanzien van deze ondernemingen tussen partijen dient te worden verrekend. Indien dit de waarde(mutatie) van de aandelen betreft, dan is de volgende vraag cruciaal: hoe dient deze waarde(mutatie) te worden berekend? Naar aanleiding van onder meer deze vraag gaan wij vanuit onze bedrijfseconomische achtergrond in op de uitnodiging waarmee mr. Kraan zijn artikel beëindigt: ‘Maar ook hierover (welke waarderingsmethode de juiste is) horen wij in de toekomst ongetwijfeld meer’.

Bezoekadres

Oude Nieuwveenseweg 111-113
2441 CT Nieuwveen

Telefoon

Postadres

Postbus 3006
2440 AA Nieuwveen

Fax

Pin It on Pinterest

Share This